Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label gezegde. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezegde. Alle posts tonen

vrijdag 12 november 2010

Wel een dag te laat...

Een gehoorde uitspraak:
"Als God gewild had dat de mens vegetariër zou zijn, zou hij alle dieren niet van vlees gemaakt hebben."

(In het kader van Dag van de Duurzaamheid)

dinsdag 16 maart 2010

Gezegde: ik ben aan het eind van mijn latijn

Hoe komt men aan de uitdrukking/gezegde: ik ben aan het eind van mijn latijn?
Één uitleg is:
Deze uitdrukking is ontleend aan het Franse: être au bout de son latin. Waarschijnlijk werd ermee bedoeld dat iemand klaar was met het oefenen van zijn Latijnse woordjes, een vermoeiende bezigheid. Iemand die aan het eind van zijn latijn is, is uitgeput.
Bronnen: taalwerkplaats.nl

Een andere uitleg is:
De katholieke kerkdienst werd vroeger gelezen in het latijn.
de gelovige waren altijd blij wanneer de priester aan het eind van zijn latijn(einde van de mis) was, dan konden ze naar huis of de kroeg.

Oordeel zelf ;-)

RJ

maandag 15 juni 2009

Gezegde in het weer: "IJs en weder dienende"

Een collega vroeg het zich af bij het verlaten van het kantoor: "Wat is nu precies het gezegde? ijs en weder dienende?"

Opgezocht via Google:
Bron: http://www.onzetaal.nl/advies/ijsenweder.php

IJs en weder dienende is juist. Het betekent namelijk: 'als ijs en weer dienen', oftewel 'als de (weers)omstandigheden meewerken'. In deze uitdrukking wordt dienen gebruikt in de betekenis 'geschikt, gunstig zijn (voor iets)'. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) schreef in 1911 het volgende over de uitdrukking: "IJs en weder dienende is het vaste voorbehoud waaronder men hardrijderijen op schaatsen enz. uitschrijft." De betekenis is sindsdien breder geworden: 'als alles goed is, meezit, blijft zoals het is', zoals in 'IJs en weder dienende zitten wij volgende week prinsheerlijk in Parijs.'

Sommigen vermoeden dat de uitdrukking een juridische achtergrond heeft, en denken daarom dat eis en weder dienende juist is; de betekenis zou dan iets zijn als 'als er geen hoor en wederhoor wordt toegepast'. Daar bestaat echter geen enkele aanwijzing voor. Een eis kan niet 'dienen' (een kort geding wel) en weder wordt nergens gebruikt als verkorting van wederhoor. IJs en weder dienende komt met een lange ij al eeuwenlang voor in het Nederlands.

RJ

vrijdag 27 juni 2008

Gezegde: In de Aap logeren

In de aap gelogeerd zijn
Door Jeffrey de Vries

Als u nog niet wist waar dit oer-Hollandse spreekwoord vandaan komt, dan volgt hier de uitleg. In café en logement ‘In’t Aepjen’, aan de Zeedijk nummer één in Amsterdam, kwamen vanaf 1519 mensen van verschillende pluimage. Maar ook schippers die de grote wateren naar de Oost bevoeren. Wat wel vaak voorkwam, is dat men de vele genuttigde (sterke) dranken, eten en/ of logeren niet konden betalen. De zeebonken betaalden dan in natura, dat wil zeggen: apen en andere exotische dieren. De dieren zaten in kooien ter vermaak voor de bezoekers. Echter, de meeste exotische dieren gingen via een omweg naar de Plantagebuurt, waar een vriend van de uitbater een tuin voor ze had. Daar vlakbij ontstond het nu bekende ‘Artis’.

Zeelieden die in In’t Aepjen overnacht hadden, kregen vaak last van vlooien, luizen en ander ongedierte vanwege de dieren die vanuit het overzeese naar het kleine pandje werden meegenomen. De collega’s van de krabbende gasten riepen dikwijls toe: “Jij bent in de aap gelogeerd!” Welnu, hier komt het spreekwoord vandaan. En echt, café In’t Aepjen heeft de beide stadsbranden, die van 1446 en 1546, overleefd.

De slaapplaatsen die herberg In’t Aepjen had op de eerste en tweede etage, bood in die tijd plaats voor een handjevol schippers die van hun zware reis (terug) in Amsterdam waren. Door middel van primitieve touwen hing men met spijkers aan het lage plafond. De draagbalken werden ook gebruikt in de schepen. Tevens op de begane grond, in het café, treft men dit zware houten gewelf aan.

Het oude logement werd ongeveer 450 jaar later ‘overgenomen’ door ‘Barbizon Palace Hotel’, en knapte het helemaal op. Het logement en het café worden beide gehuurd van Hendrik de Keizer, bezitter van het oude pand.

Café In’t Aepjen heeft nog steeds dezelfde houten voorpui. Voorheen stond er gewoon een stenen muur voor. Misschien is de voorkant van het etablissement daardoor nog zo goed geconserveerd gebleven. De houten trap naar de slaapkamers is ook nog identiek. Dezelfde trap waar vroeger de zeelieden over strompelden om eindelijk ronkend in hun hangmat in slaap te kunnen vallen. De trap loopt niet meer door naar boven, om een goede scheiding aan te geven tussen hotel en café. Voor de privacy van de gasten van het hotel is het ook beter om een gesloten plafond te hebben.

In het café hangt een heerlijke ongedwongen sfeer. Er staan een paar houten tafeltjes met stoeltjes en voor de bar zijn er ook zitplaatsen. Er komt een heel wisselend publiek. Iedereen weet In’t Aepjen wel te vinden. De twee toegewijde barmannen, Jeroen en Jacques, beoefenen toegewijd hun vak en ontvangen je met een warm welkom. Het zeemanscafé is zeven dagen per week open, van 15:00 uur tot 01:00 uur en in het weekend van 15:00 uur tot 03:00 uur.